Schepen Oppenwervestraat Kronenburg


Straatnaam: Schepen Oppenwervestraat

Toen Arnhem op 12 juli 1233 stadsrechten kreeg werd bepaald dat de stad bestuurd zou worden door twee burgemeesters en 12 schepenen. Tussen 1293 en 1312 was Rutger Oppenwerve één van de schepenen die deel uitmaakte van het Arnhemse stadsbestuur. Hij was ook bekend onder de Latijnse naam Rutgherus super Vallum, waarschijnlijk omdat hij woonde of goederen bezat op een bepaalde met werve (vallum) aangeduide plek. Over Rutger is verder niet veel meer bekend dan dat hij rond 1316 klaarblijkelijk is overleden.

Het lijkt erop dat Rutger een aantal broers had, waaronder Gerardus die van 1325 tot midden 1327 de stadsrechter was. In die functie trad hij op als vertegenwoordiger van de graaf van Gelre en was hij lid van het college. Gerardus schijnt een vermogend man te zijn geweest, die al in de jaren vóór zijn rechterschap optrad als borg. Nog in 1346 schonk hij geld aan de vicarissen van de parochiekerk in Arnhem uit een zestal hoeven en erven buiten de Spijkerspoort en de Velperpoort aan de weg naar Rozendaal.

Omdat Arnhem in de 14e eeuw ongeveer 3000 inwoners telde, kunnen we er van uitgaan dat iedereen die in die jaren bekend was onder de naam Oppenwerve, later ook Vanden Werve, aan elkaar verwant was. Dat geldt zeker voor de Rutger Oppenwerve – hoogstwaarschijnlijk een zoon van de rechter – die in ieder geval van 1357 tot 1381 priester was in de plaatselijke parochiekerk en in het jaar 1363 een molen bezat aan de Monnikenhuizerbeek.
Drie jaar later is deze molen eigendom van zijn broer Godefridus vanden Werve. Hij was een kapitaalkrachtige handelaar in wijn en bier, want hij leende de stad geld en leverde hout. Ook pachtte hij de Stadsweerd, weiland ten zuiden van de stad – over den Rijn – behorende aan de stad waar de ingezetenen tegen een zeer geringe prijs hun vee konden laten weiden. Mogelijk handelde hij samen met een broer Henricus.
Dat Godert en Henric tot de vooraanstaande burgers behoorden blijkt ook uit het feit dat zij in het jaar 1364 respectievelijk één en anderhalve morgen grond van het Broek kregen toegewezen, toen deze werd verdeeld. Een morgen is iets minder dan 10.000 m².

Tot slot: Er zijn documenten, gedateerd mei 1393, gevonden waarin wordt verklaard dat de Oppenwerve’s al generaties lang van welgeboren afkomst waren, afstammend van een ridder die geboren was ‘opter hofsteden ter Helle’.