Schepen te Boeckoppad Kronenburg


Straatnaam: Schepen te Boeckoppad

Dit maal besteden we aandacht aan de man naar wie het Schepen te Boeckoppad is vernoemd. Deze achternaam komt sinds het jaar 1320 in documenten voor en werd in de loop der tijd op veel verschillende manieren geschreven, variërend van Thoe Boecop en Van Boicope tot Tho Boickop. In dit artikel gebruiken we verder de schijfwijze zoals die voor de straatnaam gebruikt is.

Bij het verlenen van de stadsrechten aan Arnhem was bepaald dat de stad moest worden bestuurd door twaalf schepenen. De schepenen hadden als taak het bewaren van orde en rust en het bevorderen van de goede gang van zaken. Twee van de schepenen traden op als burgemeester, zij vormden in feite het dagelijks bestuur van de stad.
Op 25 januari 1477 wordt Udo te Boeckop aangesteld als schepen te Arnhem. Net alles alle bestuurders in die tijd, kwam ook Udo uit een vooraanstaand Gelders geslacht.

Zijn grootvader Arnt te Boeckop was aan het eind van de 14e eeuw rentmeester van Willem van Gulik, hertog van Gelre en graaf van Zutphen. Hij beheerde de landgoederen van de hertog op de Veluwe. Hierdoor was hij automatisch ook de rechter in dat gebied. In 1392 kreeg hij de opdracht om Elburg te verplaatsen en ommuren, omdat de plaats in zee dreigde te verdwijnen. Om die reden heet de oudheidkundige vereniging in Elburg nog altijd “Arent thoe Boecop”. Arnt stierf in 1428.
Over de vader van Udo, Gerrit, is weinig meer bekend dan dat hij trouwde met Margriet van Heerdt en (jong?) overleed in 1448.

Udo te Boeckop was schepen van Arnhem van 1477 tot en met 1485, onderbroken door een periode van anderhalf jaar. Op 12 juni 1482 greep hertog Johan van Kleef de macht in Arnhem en hij verving alle schepenen die weigerden te verklaren hem trouw te zullen zijn door mannen die hem welgezind waren. In december van het volgende jaar werd zijn aanspraak nietig verklaard en werden de voormalige bestuurders, die trouw waren aan aartshertog Maximiliaan van Habsburg, in hun functie hersteld. Vanaf 1486 is Udo geen schepen meer maar hij maakt tot en met 1492 nog wel deel uit van de raad.
Na het overlijden van zijn moeder in 1463 erft Udo het huis Harsselo te Bennekom. Hij laat de versterkte boerderij ombouwen tot een kasteel. De familie Te Boeckop bleef lang in het bezit van het landgoed. Later zijn ze zich ‘Te Boeckop tot Harsselo’ gaan noemen.

Uit Udo’s huwelijk met Geertruid van Deelen wordt een zoon geboren die zij Arnt Jan noemen. Deze zoon is in de jaren twintig en dertig van de 16e eeuw ook schepen te Arnhem. Misschien nog wel belangrijker voor de stad is echter dat hij vermoedelijk in 1538 de architect was van het Duivelshuis.